Patroon ronde onderzetter haken: stap voor stap uitgelegd

Written by

in

Een ronde onderzetter haken doe je door te beginnen met een magische ring en vandaaruit in ronden naar buiten te werken met vaste steken of stokjes. Het resultaat is een platte, stevige cirkel die je kunt gebruiken als onderzetter voor glazen of mokken. Hieronder vind je een concreet patroon dat je meteen kunt toepassen.

Wat heb je nodig?

Voor een ronde gehaakt onderzetter heb je maar weinig materiaal nodig. Katoengaren of een dik acrylgaren werken het best, omdat die goed warmte weerstaan en makkelijk wassen. Een garen als Durable Cosy Fine (dikte circa 4-ply) is een goede keuze. Combineer dit met een haaknaald van 4 of 4,5 mm. Met die combinatie krijg je een stevig, plat resultaat van ongeveer 10 cm doorsnede, afhankelijk van hoe strak je haakt.

  • Garen: katoen of acryl, circa 25 tot 40 gram per onderzetter
  • Haaknaald: 4 of 4,5 mm
  • Schaar en stopnaald om einden weg te werken

Patroon ronde onderzetter haken: stap voor stap

Dit patroon werkt met vaste steken (vs) en lossen (l). Je begint in het midden en haakt rondom naar buiten. Elke ronde eindig je met een halve vaste steek in de eerste vaste steek, waarna je de ronde sluit.

Ronde 1: Maak een magische ring. Haak 2 lossen (telt als eerste vaste steek). Haak vervolgens 11 vaste steken in de ring (totaal 12 vaste steken). Sluit de ronde met een halve vaste steek.

Ronde 2: 2 lossen. Haak 2 vaste steken in elke steek van de vorige ronde (totaal 24 vaste steken). Sluit de ronde.

Ronde 3: 2 lossen. Haak afwisselend 1 vaste steek en 2 vaste steken in dezelfde steek (totaal 36 vaste steken). Sluit de ronde.

Ronde 4: 2 lossen. Haak afwisselend 2 vaste steken en dan 2 vaste steken in dezelfde steek (totaal 48 vaste steken). Sluit de ronde.

Ronde 5 en verder: Blijf elke ronde vermeerderen door gelijkmatig 12 steken toe te voegen. Verdeel de meerdersteken zo gelijkmatig mogelijk over de ronde. Hoe meer ronden je haakt, hoe groter de onderzetter wordt. Vier tot vijf ronden geeft een onderzetter van circa 10 cm; zes tot zeven ronden levert een grotere van zo’n 14 cm op.

Werk aan het einde de draadje weg met een stopnaald. Knip ze pas af nadat je ze goed hebt vastgezet.

Tips voor een mooie, platte onderzetter

Een veelvoorkomend probleem is dat de onderzetter omhoog gaat krullen of juist te groot uitvalt en golft. Krullen betekent dat je te strak haakt of te weinig vermeerdert. Golven betekent dat je te veel steken toevoegt. Het goede evenwicht zit in precies 12 steken extra per ronde. Pas dit aan als jouw garen of haakstijl afwijkt.

Gebruik je een garen met een gladde structuur, zoals katoen, dan blijft de onderzetter vanzelf mooi plat liggen. Met zachter of pluiziger garen kan het helpen om de onderzetter even nat te maken en vlak te drogen (dit heet “blocken”). Leg hem dan op een handdoek in de gewenste vorm en laat hem volledig drogen.

Wil je een kleurrijker resultaat, wissel dan van kleur na elke ronde. Knip het garen af aan het einde van een ronde, werk het draadje weg en begin de volgende ronde met een nieuwe kleur. Zo maak je een gestreepte onderzetter met concentrische cirkels.

Variaties op het patroon

In plaats van vaste steken kun je ook stokjes gebruiken. Stokjes geven een lossere, wat opengewerkte structuur. Start dan met 3 lossen in plaats van 2 en haak 12 stokjes in de magische ring voor de eerste ronde. Houd er rekening mee dat je bij stokjes meer steken per ronde moet toevoegen om de onderzetter plat te houden, ongeveer 12 extra stokjes per ronde verdeeld over de cirkel.

Een andere optie is een onderzetter haken met een ronde van ribbelsteken (steken door het achterste lusje). Dat geeft een mooie, gestructureerde textuur en een wat steviger resultaat.

Met dit patroon heb je in een uurtje een complete ronde onderzetter klaar. Maak er meteen een setje van vier of zes, eventueel elk in een andere kleur, voor een speels resultaat op tafel.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *