Een magische ring haken met 6 vasten is de meest gebruikte manier om een rondje te beginnen bij haken. Je maakt een verstelbare lus, haakt 6 vasten erin, en trekt hem daarna strak dicht. Zo ontstaat een strak, naadloos middelpunt zonder gat in het midden, zoals je wel krijgt bij een gewone luchtsteekenring.
Deze techniek is de basis voor bijna elk gehaakt rondje: denk aan bloemen, mandala’s, amigurumi-figuren of een muts die van boven begint. Zodra je de magische ring onder de knie hebt, kun je elk rond patroon aanpakken dat begint met een x aantal vasten in ronde 1.
Wat heb je nodig?
Je hebt niet veel nodig om te beginnen:
- Een haaknaald die past bij je garen (kijk op het garenlabel voor de aanbevolen naaldmaat)
- Een bol garen, bij voorkeur een wat dikker garen als je nog oefent (categorie 4 of 5 werkt prettig voor beginners)
- Een schaar en een stopdraadnaald om later de eindjes weg te werken
Een dikkere naald en grof garen maken het makkelijker om te zien wat je doet. Begin dus liever niet met dun kant- of haakgaren als dit je eerste keer is.
Magische ring haken met 6 vasten: de stap-voor-stap uitleg
Stap 1: Maak de lus. Leg het garen over je wijsvinger en middelste vinger, van links naar rechts. Houd de draad vast met je duim en ringvinger. Pak nu het garen dat aan de bol vastzit (de werkdraad) en sla het over de losse draad heen, van achteren naar voren. Je hebt nu een gekruiste lus om je vingers.
Stap 2: Haal de haaknaald door de lus. Steek de naald door het midden van de lus, pak de werkdraad en trek hem door. Maak daarna een kettingsteek om de lus op de naald te bevestigen. Dit is geen echte steek die je meerekent, maar de vastzetsteek van je ring.
Stap 3: Haak de 6 vasten. Hak nu 6 vasten in de ring. Elke vaste maak je zo: steek de naald in het midden van de ring (door beide draden van de lus), pak de werkdraad en trek hem door de ring. Je hebt nu 2 lussen op je naald. Pak de werkdraad opnieuw en trek hem door beide lussen. Dat is 1 vaste. Herhaal dit totdat je 6 vasten in de ring hebt.
Stap 4: Trek de ring dicht. Haal je vingers voorzichtig uit de lus. Pak de losse draadeinde (de staart) en trek eraan. Je ziet de ring dichttrekken. Doe dit langzaam en gelijkmatig totdat het gat in het midden volledig dicht is.
Stap 5: Verbind de ronde. Sluit de ronde af met een slipsteek in de eerste vaste. Je hebt nu een gesloten rondje van 6 vasten, klaar om verder te haken.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
De lus valt uit elkaar terwijl je haakt. Dit gebeurt als je de staart niet goed vasthoudt tijdens het haken van de vasten. Klem de staart stevig tussen duim en wijsvinger terwijl je werkt.
De ring trekt niet dicht. Controleer of je door beide draden van de lus haakt bij elke vaste. Als je er maar één pakt, gaat de ring niet goed dicht en blijft er een gat over.
Je verliest de tel. Gebruik een stekenteller of leg een stukje ander garen neer na elke vaste om bij te houden hoeveel je er al hebt. 6 vasten klinkt weinig, maar als je net begint is het makkelijk om er een te vergeten.
Waarom 6 vasten als startpunt?
Zes vasten in de eerste ronde is het meest gebruikte beginpunt voor een plat gehaakt rondje. Hak je in elke volgende ronde in elke steek een vermeerdering, dan groeit het rondje gelijkmatig plat. Bij amigurumi, waarbij je een bol of ei vormt, bouw je de vermeerderingen juist geleidelijk op. In beide gevallen is de ring met 6 vasten de ideale basis.
Soms zie je patronen die beginnen met 4, 8 of 10 vasten in de magische ring. Hoeveel je er inhaakt, hangt af van het patroon en de gewenste vorm. Maar 6 vasten is de standaard die je in de meeste basispatronen terugziet.
Oefen de magische ring een paar keer op los garen voordat je aan je echte project begint. Na drie of vier pogingen gaat het al een stuk soepeler, en na een tijdje doe je het zonder erbij na te denken.

Leave a Reply