Pannenlappen haken is een van de makkelijkste en nuttigste haakprojecten die er zijn. Met een paar bollen katoen garen, een haaknaald en een basissteek heb je binnen een uur een stevige pannenlap in handen. De meest gebruikte steek is het stokje, omdat dat een dik, isolerend weefsel geeft dat hitte goed tegenhoudt.
Wat heb je nodig om pannenlappen te haken?
De basis is eenvoudig. Je hebt het volgende nodig:
- Katoenen garen (geen acryl, want dat smelt bij hitte)
- Een haaknaald die past bij het garen, meestal maat 3,5 tot 4,5 mm
- Een schaar en een naald om de draadeinden in te naaien
Katoen is de enige veilige keuze voor pannenlappen. Acryl of andere synthetische garens kunnen smelten of zelfs vlam vatten als ze in contact komen met een hete pan of oven. Kies bij voorkeur een dik, meervoudig garen (zoals een dubbele katoen of een dikke kraamkatoen) voor extra isolatie.
Pannenlappen haken: het patroon stap voor stap
Het meest klassieke patroon voor een pannenlap is een vierkant van stokjes. Hieronder vind je een duidelijk basispatroon:
- Begin: haak een ketting van 35 lossen.
- Rij 1: haak 1 stokje in de 4e losse vanaf de haaknaald, daarna 1 stokje in elke volgende losse van de ketting.
- Rij 2 en verder: haak 2 lossen om te keren (deze tellen als het eerste stokje), dan 1 stokje om het tweede stokje van de vorige rij, en zo verder tot het einde van de rij.
- Herhaal dit totdat je een vierkant hebt, dus net zo lang als breed.
- Afwerking: haak eventueel een randje van vaste steken rondom voor een nette afwerking, en haak een lusje voor aan een hoek als je de pannenlap wilt ophangen.
Als vuistregel geldt: bij een ketting van 35 lossen en garen van gemiddelde dikte krijg je een pannenlap van ongeveer 18 tot 20 centimeter breed. Dat is een handige maat voor de meeste pannen en ovenschalen.
Tips voor een stevige, goed isolerende pannenlap
Wil je een extra dikke pannenlap? Haak dan twee losse vierkanten en naai ze met de achterkanten op elkaar. Zo krijg je dubbele isolatie. Een andere optie is om met dubbel garen te werken: pak gewoon twee bolletjes garen en haak ze tegelijkertijd als één draad. Dat geeft meteen meer dikte zonder extra naaiwerk.
Let ook op de spanning in je haakwerk. Hak je te strak, dan wordt de lap stijf en moeilijk te werken. Haak je te los, dan zijn de gaatjes te groot en laat de lap warmte door. Probeer een gelijkmatige spanning aan te houden waarbij de steken dicht op elkaar zitten maar het werk toch soepel aanvoelt.
Variaties op het basispatroon
Als je het basispatroon goed beheerst, zijn er veel leuke variaties mogelijk. Zo kun je werken met twee kleuren garen voor een gestreept patroon, of je wisselt om de rij tussen stokjes en vaste steken voor een andere structuur. Reliëfstokjes, waarbij je de haaknaald om de steel van het stokje eronder haakt, geven een mooi geribde textuur die ook nog eens extra dik is.
Een ronde pannenlap is ook populair. Daarbij begin je met een magische ring of een klein startlusje en haak je in ronden naar buiten toe, met elke ronde een paar meerdersteken om de cirkel rond te houden.
Pannenlappen haken is ook een perfect project om restjes garen op te maken. Heb je meerdere kleine bolletjes over van eerdere projecten? Wissel elke rij van kleur voor een vrolijk multicolor resultaat. Zorg wel dat alle garens van katoen zijn, ook de restjes die je gebruikt.
Een zelfgehaakt pannenlap is niet alleen praktisch, maar ook een leuk cadeau. Met een beetje oefening haak je er in minder dan een uur een, en door te spelen met kleuren en steken maak je elk exemplaar uniek.

Leave a Reply