Amigurumi haken: zo maak je je eerste knuffelfiguur stap voor stap

Written by

in

Amigurumi haken is de Japanse techniek waarbij je kleine, gevulde figuren haakt van garen, zoals dieren, poppetjes of voedsel. Je werkt bijna altijd in ronden met vaste steken, en de figuren krijgen hun vorm door te meerderen (steken toevoegen) en minderen (steken weghalen). Het resultaat is een stevig, driedimensionaal knuffeltje dat je zelf helemaal bepaalt.

De techniek is toegankelijk voor beginners, maar vraagt wel wat basiskennis van haken. Je hoeft geen ervaren haker te zijn, maar je moet weten hoe je een vaste steek maakt en hoe je de draad opzet. Heb je die basis? Dan kun je al snel je eerste amigurumi afmaken.

Wat heb je nodig om te beginnen met amigurumi haken?

Je hebt niet veel materiaal nodig. De meeste beginners starten met een bol katoen- of acrylgaren in een of twee kleuren, een haaknaald die iets dunner is dan de garenmaat aangeeft (zo houd je de steken strak en valt er geen vulling doorheen), wat vulwatten voor de vulling, een naald met groot oog om de onderdelen aan elkaar te naaien, en veiligheidsoogjes of borduurvlies voor de details.

Voor garen van 3 tot 4 mm wordt vaak een haaknaald van 2,5 tot 3 mm gebruikt. Dat klinkt contra-intuïtief, maar een strak breisel is typisch voor amigurumi: het houdt de vorm en verbergt de vulling. Met te losse steken zie je de witte vulling door het garen heen, wat het figuur een rommelig uiterlijk geeft.

De magische ring: de basis van elk amigurumi patroon

Bijna elk amigurumi figuur begint met een magische ring (ook wel toverring of magische lus). Dit is een verstelbare beginlus waarmee je een gesloten startpunt maakt. Je haakt er een aantal vaste steken in, dan trek je de ring dicht en heb je een netjes gesloten rondje zonder gat in het midden. Dat is precies wat je nodig hebt voor de bovenkant van een kop of het begin van een lijfje.

Lukt de magische ring niet meteen? Geen probleem. Je kunt ook beginnen met een luchtsteekketting van vier steken die je tot een ringetje sluit. Het is iets minder strak, maar werkt prima zolang de eerste paar steken goed dicht zijn.

Meerderen en minderen: zo krijgt je figuur zijn vorm

Amigurumi haken draait bijna volledig om meerderen en minderen. Meerderen betekent dat je twee vaste steken in dezelfde steek haakt, waardoor het aantal steken per ronde toeneemt en het vlak groter wordt. Minderen doe je door twee steken samen te haken tot één, waardoor het oppervlak kleiner wordt en de figuur zich sluit.

Een typische kopronde voor een amigurumi begint klein, wordt groter door te meerderen en sluit zich af door te minderen. Een veel gebruikte volgorde voor een ronde kop ziet er zo uit:

  • Ronde 1: 6 vaste steken in de magische ring
  • Ronde 2: elke steek meerderen, totaal 12 steken
  • Ronde 3: om en om meerderen, totaal 18 steken
  • Ronde 4 tot 7: gelijk doorhaken zonder meer- of mindersteken (18 steken per ronde)
  • Ronde 8 tot 10: minderen op dezelfde manier als je meerderde, totdat je terugkomt op 6 steken
  • Sluit af en stop de draad door het gaatje

Dit patroon geeft een mooie ronde bol, die je kunt gebruiken als kop voor bijna elk figuur. Door de grootte van je startronde of het aantal gelijke ronden aan te passen, maak je grotere of kleinere koppen en lijfjes.

In spiraalronden werken: geen sluitsteek nodig

Amigurumi haken doe je in doorlopende spiraalronden, niet in gesloten ronden met een sluitsteek. Dat betekent dat je aan het einde van elke ronde niet met een halve vaste steek afsluit, maar gewoon doorgaat met de volgende ronde. Dit voorkomt zichtbare naden en geeft een mooie gladde buitenkant.

Om bij te houden waar een ronde begint en eindigt, gebruik je een stekenteller (een klein plastic clipje of een stukje contrastgaren dat je aan de eerste steek van elke ronde hangt). Zonder stekenteller verlies je al snel de tel, zeker als je elke ronde een ander aantal steken hebt.

Onderdelen samenvoegen en afwerken

Een amigurumi bestaat uit meerdere los gehaakt delen: een kop, een lijf, armen, benen en soms oortjes of een staartje. Je haakt elk onderdeel apart, vult het op met vulwatten (niet te strak, niet te los) en naait de stukken daarna met een wolnaald aan elkaar vast. Gebruik hiervoor de draadeinden die je bij het afknippen hebt laten zitten, dan heb je altijd genoeg draad om mee te naaien.

Veiligheidsoogjes klik je vast voordat je het onderdeel volledig dicht is. Eenmaal gesloten zijn ze niet meer te verwijderen zonder het werk te beschadigen. Zet ze dus op de goede plek voordat je de laatste rondes minderen begint.

Veelgemaakte fouten bij amigurumi haken

De meest voorkomende fout is te los haken. Daardoor wordt de stof open en poreus, en schemert de vulling door. Hak je structureel te los? Probeer een maatje kleinere haaknaald. Een tweede veelgemaakte fout is vergeten bij te houden in welke ronde je zit. Een stekenteller voorkomt dat je de tel kwijtraakt en later merkt dat je figuur scheef of ongelijk is.

Beginners slaan ook regelmatig steken over zonder het te merken, waardoor het figuur minder steken heeft dan het patroon aangeeft. Tellen per ronde voorkomt dat probleem. Doe dat zeker bij de eerste paar projecten, totdat je het gevoel voor de steken beter kent.

Ben je eenmaal vertrouwd met de basisvormen, dan biedt amigurumi haken eindeloos veel mogelijkheden. Van eenvoudige ballen en beertjes tot gedetailleerde figuren met kledingelementen en accessoires: elk patroon bouwt voort op dezelfde principes van meerderen, minderen en samenvoegen.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *