Afhechten bij haken: zo sluit je je haakwerk netjes af

Written by

in

Afhechten bij haken betekent dat je het draadeinde na het haken vastzet, zodat je werk niet kan uitrafelen. Je knipt de draad af, trekt het losse uiteinde door de laatste lus en weeft het weg in het haakwerk. Dat klinkt eenvoudig, maar een onzorgvuldig afgehecht werkstuk kan met de tijd loslaten. Hieronder lees je precies hoe je het doet.

Hoe afhechten bij haken werkt: stap voor stap

Aan het einde van je laatste toer of rij heb je nog één lus op je haaknaald. Dat is het moment om af te hechten. Volg deze stappen:

  • Laat de laatste steek op je haaknaald staan.
  • Knip de draad af, maar laat nog een staartje van minimaal 10 tot 15 centimeter over. Dat geeft je genoeg draad om mee te werken.
  • Trek het draadeinde met je haaknaald door de laatste lus op de naald. Pull it snug, maar trek niet te strak zodat het weefsel niet trekt.
  • Nu heb je een losse draad. Rijg die op een stomp haaknaald of een grote borduurnaald.
  • Weef het draadeinde minstens 5 tot 7 centimeter heen en weer door de steken van je haakwerk, bij voorkeur in een zigzaglijn of door de ribben van de steken. Zo houdt het zeker.
  • Knip het resterende draadeinde zo kort mogelijk af, vlak bij het haakwerk, zodat er geen pluisje zichtbaar blijft.

Een veelgemaakte fout is het draadeinde te kort afknippen vóór je het wegweeft. Dan houd je nauwelijks grip en schiet het er zo weer uit. Laat altijd genoeg ruimte om comfortabel te werken.

Afhechten in de rondte: let op de naad

Haak je in rondes, zoals bij een granny square of een muts, dan zit er vaak een zichtbare naad op de plek waar je de ronde sluit. Om dat te verbergen, kun je de afhechtsteek iets verplaatsen. Steek na de laatste halve vaste steek (of slipsteek) je naald door de bovenkant van de eerste steek van die ronde. Trek de draad erdoorheen en hecht dan pas af. Zo valt de overgang minder op.

Bij amigurumi (gehaakt speelgoed) is het wegwerken van draden extra belangrijk, omdat het stuk van alle kanten te zien is. Weef de draad dan diagonaal door meerdere steken en strek het werkstuk daarna even uit: een goed weggewerkte draad verdwijnt volledig.

Welke naald gebruik je voor het wegwerken?

Een tapisserie- of borduurnaald met een stompe punt en een groot oog is het handigst. De stompe punt gaat makkelijk tussen de haaksteken door zonder de draad te splijten. Naalden met een gebogen punt (ook wel yarn needle of wool needle genoemd) maken het nog iets makkelijker, zeker bij dikker garen.

Bij fijn garen, zoals katoen op een naalddikte 2 of 2,5 mm, gebruik je een fijnere naald. Bij dik bulkgaren of garen boven naalddikte 6 mm volstaat soms de haaknaald zelf om het uiteinde weg te trekken.

Wat als je garen je draadeinde zichtbaar laat?

Bij gladde garens zoals acryl of katoen kan een draadeinde gemakkelijker uitschuiven dan bij wol. Wol heeft van nature ruwe vezeltjes die zich vasthaken in het haakwerk. Bij gladde garens helpt het om het draadeinde in tegengestelde richtingen weg te weven: eerst naar links, dan terug naar rechts. Je kunt ook een klein knoopje zetten vóór je wegweeft, al is dat bij sierlijk haakwerk soms ongewenst omdat het een bultje geeft.

Natte afdekking (blocking) helpt bij garens die krimpen of uitzetten door vocht. Door het haakstuk na het afhechten even te bevochtigen en in vorm te leggen, liggen de draden vaster en valt het eindresultaat vlakker.

Goed afhechten vraagt even oefening, maar na een paar werkstukken gaat het vanzelf. Een stevig en netjes afgehecht haakwerkje gaat veel langer mee en ziet er aan alle kanten verzorgd uit.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *