De magische lus (ook wel magische ring of verstelbare ring genoemd) is de beste manier om rondhaken te beginnen. Je trekt de ring aan het einde gewoon strak dicht, zodat er geen gat in het midden overblijft. Dat is precies wat hem zo handig maakt: bij een gewone beginlus blijft er vaak een klein gaatje zichtbaar, bij de magische lus niet.
Veel haakpatronen voor ronde vormen, zoals amigurumi, onderzetters of bloemenmotieven, beginnen met deze techniek. Als je eenmaal weet hoe het werkt, gebruik je niets anders meer.
Wat je nodig hebt voor de magische lus
Je hebt maar weinig nodig om te beginnen:
- Een haaknaald die past bij jouw garen (kijk op de garenetiketten voor de aanbevolen maat)
- Garen naar keuze, bij voorkeur een stevig katoen of acrylgaren als je beginner bent
- Een schaar en een tapestrynaald om de draad later in te hechten
Dun garen (zoals sokkengaren) maakt de magische lus iets lastiger zichtbaar, dus als je net begint, kies dan een garen van gemiddelde dikte. Garens met aanduiding “DK” of “worsted” werken prettig voor je eerste pogingen.
Magische lus haken: stap voor stap
Hieronder zie je hoe je de magische lus maakt. Oefen dit een paar keer los voordat je aan een echt patroon begint.
- Stap 1: Leg het garen over je vingers. Laat een staartje van ongeveer 15 centimeter hangen en houd de draad vast met je duim en ringvinger.
- Stap 2: Wikkel de draad één keer om je wijs- en middelvinger heen, zodat er een lus ontstaat. De werkdraad (het deel dat naar het garenklosje loopt) ligt bovenop.
- Stap 3: Steek de haaknaald onder de onderste draad van de lus door en pak de werkdraad op. Trek deze door de lus. Je hebt nu één lus op je naald, maar de ring is nog niet gesloten.
- Stap 4: Haak een luchtige steek om de ring vast te zetten. Dit is je beginsteek, die je meestal niet meegeteld als echte steek in het patroon.
- Stap 5: Haak nu het gewenste aantal steken in de ring. Bij de meeste patronen zijn dat 6 of 8 vaste steken voor de eerste ronde.
- Stap 6: Trek aan de losse draad (het staartje) om de ring dicht te trekken. De ring sluit zich netjes, zonder gat.
- Stap 7: Sluit de ronde met een slipsteek in de eerste vaste steek, tenzij je patroon vraagt om in spiraalvorm te haken.
Lukt het dichtrekken niet soepel? Controleer of je niet per ongeluk de verkeerde draad beethebt. Het staartje trekt de ring dicht; de werkdraad gebruik je om verder te haken.
Veelgemaakte fouten bij de magische lus
De lus draait mee terwijl je haakt. Dat is normaal in het begin. Houd de ring goed vast tussen duim en wijsvinger terwijl je de steken in de ring werkt. Na een paar steken zit hij stabieler.
Een andere fout is dat de ring losraakt nadat je hem dichtgetrokken hebt. Dat gebeurt als je vergeet de draad goed in te hechten aan het einde van je werk. Hecht het staartje altijd in met een tapestrynaald en knip de rest af.
Soms zit de lus te strak om steken in te haken. Trek hem dan iets losser voordat je begint, of maak de beginlus iets groter door de draad minder strak om je vingers te wikkelen.
Wanneer gebruik je de magische lus?
De magische lus gebruik je altijd als je in het rond haakt en een gesloten middelpunt wilt. Denk aan:
- Amigurumi (gehaakt speelgoed)
- Ronde onderzetters of mandjes
- Bloemmotieven voor squares of garlands
- De bol of armen van een gehaakt figuur
Bij vlak haken in rijen heb je de magische lus niet nodig. Daar begin je gewoon met een luchtketting.
Als je de magische lus eenmaal in de vingers hebt, gaat het snel. De meeste mensen haken hem na twee of drie oefenrondes al zonder nadenken. Het is een van de handigheidjes die je haakwerk er meteen professioneler uit laat zien, omdat dat kleine gaatje in het midden gewoon wegvalt.

Leave a Reply