Granny’s haken betekent het haken van granny squares, de kleurrijke vierkante motietjes die al generaties lang worden gemaakt. Je begint in het midden met een kleine ring, haakt daar rondjes omheen en bouwt zo laag voor laag een vierkantje op. Het resultaat is een veelzijdig blokje dat je kunt gebruiken voor dekens, tassen, kleding en nog veel meer.
Het patroon ziet er ingewikkeld uit, maar het is eigenlijk heel regelmatig. Elke ronde bestaat uit dezelfde combinatie van stokjes en kettingsteken-bruggetjes in de hoeken. Als je de basis eenmaal te pakken hebt, gaat het vanzelf.
Wat je nodig hebt om granny squares te haken
Je hebt niet veel nodig om te beginnen. Pak een haaknaald van het formaat dat bij je garen past, een bol acrylgaren of katoen en een schaartje. Voor een standaard granny square met garen van dikte 3 tot 4 is een haaknaald van 3,5 of 4 mm een goede keuze. Een naald met een iets groter oog is handig om de draadeinden later weg te werken.
Wil je een kleurrijke deken maken? Begin dan met meerdere kleuren. Traditioneel gebruik je per ronde een andere kleur, maar je kunt ook alles in één kleur haken voor een strakker resultaat. Er is geen vaste regel.
Granny’s haken: het patroon stap voor stap
Een klassiek granny square begin je met een magische ring of een kleine ketting die je sluit tot een rondje. Hieronder volgt het basispatroon voor één vierkant:
- Ronde 1: Maak een startring. Haak 3 kettingsteken (telt als eerste stokje), dan 2 stokjes in de ring, 3 kettingsteken (hoek), herhaal dit 3 keer. Sluit de ronde met een halve vaste.
- Ronde 2: Begin in een hoekruimte, haak 3 stokjes, 3 kettingsteken, 3 stokjes in dezelfde ruimte (dit is de hoek). Haak aan de zijkant 3 stokjes in het tussenliggende kettingsteenbruggetje. Herhaal voor alle vier hoeken. Sluit de ronde.
- Ronde 3 en verder: Elke ronde voeg je aan de zijkanten een extra groepje van 3 stokjes toe. De hoeken blijven hetzelfde: 3 stokjes, 3 kettingsteken, 3 stokjes.
Wil je een grotere square? Haak gewoon meer ronden. Drie ronden geeft een mini-vierkantje van ongeveer 7 bij 7 centimeter (bij garen van dikte 4 en een naald van 4 mm). Vijf ronden levert al snel een square van zo’n 13 bij 13 centimeter op.
Draadeinden wegwerken en squares samenvoegen
Na elke ronde heb je een nieuw draadeinde. Werk dit netjes weg door het met je naald te verstikken aan de achterkant van het werk, een centimeter of vijf heen en weer. Trek daarna het uiteinde af. Goed weggewerkte eindjes zorgen ervoor dat je granny square zijn vorm behoudt en niet uitraffelt bij het wassen.
Als je meerdere squares samenvoegt, heb je een paar opties. De meestgebruikte methoden zijn:
- Vaste steken: Leg twee squares met de achterkanten op elkaar, haak met vaste steken langs de rand aan elkaar. Dit geeft een zichtbare naad aan de voorkant, wat juist decoratief kan zijn.
- Vlakke naad met naald en draad: Neem een stopnaald en rij de squares met een eenvoudige steek aan elkaar. Minder zichtbaar, maar vraagt wat meer oefening.
- Haken door de bogen: Verbind de hoekboogjes van aangrenzende squares direct aan elkaar terwijl je de laatste ronde haakt. Dit heet ook wel de join-as-you-go methode en scheelt naaien achteraf.
Veelgemaakte fouten bij granny’s haken
De meeste beginners haken hun startring te strak. Dan lukt het niet om genoeg stokjes in de eerste ronde te plaatsen. Gebruik bij twijfel een magische ring in plaats van een vaste ketting, want die kun je altijd nog aanspannen nadat je de eerste stokjes hebt gehaakt.
Een andere valkuil is de spanning. Als je te strak haakt, buigen de randen van je square omhoog en wordt het geen plat vierkant. Haakt iemand van nature strak? Probeer dan een haaknaald een halve maat groter. Omgekeerd geldt: haak je los, neem een kleinere naald. Je square hoort plat op tafel te liggen zonder golven of gekrulde randen.
Tot slot: houd je hoeken altijd gelijk. Het is verleidelijk om een ronde af te sluiten zonder de laatste hoek goed af te maken, maar dan wordt je vierkant een driehoek met één ronde kant. Tel na elke ronde even na of je vier hoeken hebt en vier gelijke zijkanten.
Wat kun je maken met granny squares?
De meest klassieke toepassing is een deken of sprei, waarbij je tientallen squares aan elkaar haakt. Maar granny’s haken gaat veel verder dan dat. Populaire projecten zijn tassen en clutches (een paar squares samengevouwen en aan de zijkanten dichtgehaakt), vestjes en truitjes, sierkussens en zelfs sieraden. Wie maar één square haakt en er een ring of hanger van maakt, heeft al een compleet project.
Voor grotere projecten zoals een deken zijn al snel 30 tot 100 squares nodig, afhankelijk van het formaat van de squares en de gewenste maat van de deken. Een lapjeskleed van gootsteenaprons zit er ook in: wie stukjes restgaren combineert, maakt gratis een kleurrijke square met de restjes van andere projecten.
Granny squares zijn ook een goede manier om het haken zelf te leren of te oefenen. Je haalt steeds dezelfde steken aan, de projecten zijn klein genoeg om in een avond te maken en je ziet snel resultaat. Dat maakt granny’s haken voor zowel beginners als gevorderden een prettig en bevredigend project.
