De noppensteek haken, ook wel bobble stitch genoemd, is een techniek waarbij je meerdere halve vaste steken samenvoegt tot één punt, zodat er een driedimensionale nop in je haakwerk ontstaat. Het resultaat is een steek met een duidelijke textuur die aan de achterkant van je werk naar voren puilt. Handig om te weten: die nop verschijnt automatisch aan de kant die je niet bewerkt, dus als je aan de binnenkant haakt, komt de nop aan de buitenkant.
Wat heb je nodig om de noppensteek te haken?
Voor de noppensteek heb je geen speciaal materiaal nodig. Een gewone haaknaald en garen volstaan. Wel is het handig om garen te kiezen met een goede stevigheid, zoals katoen of een middeldik acrylgaren. Bij te dun of te slap garen komt de nop minder goed uit. Een haaknaald die past bij de dikte van je garen geeft het mooiste resultaat. Kijk daarvoor op het bolletje garen: daar staat vrijwel altijd de aanbevolen maat.
Hoe haak je de noppensteek stap voor stap
De noppensteek bestaat uit een reeks halve vaste steken die je samenvoegt. Hieronder zie je hoe je dat doet voor een klassieke nop van vijf halve vaste steken, wat de meest gebruikte variant is.
- Steek je haaknaald in het steekgat.
- Sla het garen om en haal een lus door (je hebt nu twee lussen op de naald).
- Sla het garen opnieuw om, maar haal het deze keer alleen door de eerste lus. Je houdt twee lussen op de naald. Dit is één halve vaste steek.
- Herhaal dit vier keer in hetzelfde steekgat, zodat je in totaal vijf halve vaste steken hebt staan. Op je naald zitten nu zes lussen.
- Sla het garen om en haal het in één beweging door alle zes lussen tegelijk. De nop sluit zich en puilt naar achteren.
- Maak een kettingsteek om de nop vast te zetten.
Dat is de basis. Zodra je deze stappen begrijpt, kun je de nop ook groter of kleiner maken door meer of minder halve vaste steken te gebruiken. Een nop van drie halve vaste steken is compacter; een nop van zeven geeft meer volume.
Aan welke kant verschijnt de nop?
Dit is een punt waar beginners regelmatig van opkijken: de nop verschijnt aan de achterkant van je werk, niet aan de voorkant. Haak je heen en weer (zoals bij een sjaal of deken), dan moet je de noppensteek op de verkeerde kant plaatsen om het effect aan de goede kant te krijgen. Haak je in de rondte, dan verschijnt de nop steeds aan de buitenkant, omdat je altijd aan de binnenkant werkt. Dit maakt de noppensteek in de rondte iets eenvoudiger in gebruik.
Veelgemaakte fouten bij de bobble stitch
Een nop die niet goed uitkomt, heeft bijna altijd één van deze oorzaken. Ten eerste: de lussen te strak aantrekken tijdens het haken. Dat geeft een platte, dichtgeknepen nop in plaats van een mooie bolle vorm. Houd je werk los en luchtig. Ten tweede: vergeten om een kettingsteek te maken na het sluiten van de nop. Zonder die sluitsteek rolt de nop terug en verliest hij zijn vorm. Ten derde: wisselen van steekgat tussen de halve vaste steken. Alle steken van één nop gaan in hetzelfde gat.
Wat kun je maken met de noppensteek?
De bobble stitch werkt goed in projecten waarbij textuur het verschil maakt. Denk aan beddenspreien, kussenhoezen, mandjes en babydekentjes. Ook op mutsen en tassen zie je de steek veel terug, omdat de noppige structuur stevigheid geeft. Je kunt noppen ook als losse decoratie gebruiken, bijvoorbeeld als stippenpatroon verspreid over een glad haakwerk. In dat geval haak je een nop op vaste afstanden en werk je de rest van de rijen gewoon af met vaste steken.
De noppensteek is niet ingewikkeld als je de basishandelingen van het haken al kent, maar vraagt wel wat oefening om de spanning gelijkmatig te houden. Begin met een klein proeflapje van tien bij tien centimeter. Zo zie je snel of je nop de goede vorm krijgt, en kun je bijsturen voordat je aan een groter project begint.









