Paasei haken: zo maak je ze stap voor stap

Written by

in

Een paasei haken is makkelijker dan het lijkt, ook als je nog maar net begint met haken. Je werkt in rondjes vanuit een magische ring, haak het eitje op tot de gewenste maat en vult het daarna op. In dit artikel vind je alles wat je nodig hebt om zelf gehaakt paaseieren te maken.

Wat heb je nodig?

Voor het haken van een paasei heb je maar weinig materiaal nodig. Een bol katoen- of acrylgaren in de kleur van jouw keuze is het startpunt. Gebruik voor paaseieren bij voorkeur garen in dikte 3 of 4 (sportweight of worsted weight), gecombineerd met een bijpassende haaknaald van ongeveer 3 tot 4 millimeter. Een smallere naald dan de garenaanbeveling zorgt ervoor dat het gehaakte weefsel dicht is, zodat het vulmateriaal er niet doorheen prikt.

Verder heb je nodig: een stomp naaldje om draadeinden in te naaien, een schaar en vulwatten om het ei stevig te maken. Wil je een eitje ophangen aan een paasboom? Zorg dan ook voor een stukje lint of een klein haakje.

Stap voor stap een paasei haken

Een paasei haak je in rondes, van onder naar boven. Hieronder staan de stappen voor een klein eitje van ongeveer 7 tot 8 centimeter hoog. Je werkt met vaste steken (vs) en haaknaaldje van 3,5 mm.

  • Ronde 1: Begin met een magische ring en haak er 6 vaste steken in. Sluit de ring.
  • Ronde 2: Haak in elke steek 2 vaste steken (vermeerderen). Je hebt nu 12 steken.
  • Ronde 3: Wissel af: 1 vs, dan vermeerderen. Herhaal dit 6 keer. Je hebt nu 18 steken.
  • Ronde 4: Wissel af: 2 vs, dan vermeerderen. Herhaal 6 keer. Je hebt nu 24 steken.
  • Ronde 5 t/m 7: Haak deze 3 ronden zonder vermeerderingen of verminderingen. Je hebt steeds 24 steken.
  • Ronde 8: Wissel af: 2 vs, dan verminderen (2 steken samenhaken). Herhaal 6 keer. Je hebt nu 18 steken.
  • Ronde 9: Nu ga je naar de smallere bovenkant van het ei. Wissel af: 1 vs, dan verminderen. Herhaal 6 keer. Je hebt 12 steken.
  • Vullen: Stop nu de vulwatten in het eitje. Vul het stevig maar niet te hard, zodat de vorm mooi ei-vormig blijft.
  • Ronde 10: Haak steeds 2 steken samen, 6 keer. Je hebt nu 6 steken over.
  • Afsluiten: Knip de draad af en haal hem door de resterende steken. Trek aan, naai de opening dicht en werk de draadeinden in.

Dit patroon geeft een ei met een rondere onderkant en een iets smallere bovenkant, precies zoals een echt ei er uitziet. Door meer of minder ronden zonder vermeerdering te haken in stap 5 t/m 7 maak je het eitje groter of kleiner.

Tips voor mooie resultaten

Gebruik een strakke gauge (steekspanning) zodat de vulwatten niet doorschijnen. Haak liever iets strakker dan losser. Twijfel je? Haak een proefrondje en kijk of je de vulwat er al doorheen ziet.

Wil je een gestreept eitje? Wissel dan na elke twee ronden van garen. Houd de draad van de vorige kleur losjes mee aan de binnenkant of knip af en naai in. Bij korte kleurwisselingen is meehouden het makkelijkst.

Decoraties zoals kleine bloemetjes, stippen of een strikje naai je er achteraf op. Dat is veel eenvoudiger dan haken met meerdere kleuren tegelijk, en het geeft een speels resultaat.

Beginners en het niveau van paasei haken

Paasei haken is een van de meest geschikte projecten voor beginners. Je gebruikt alleen de basissteek (vaste steek), werkt in een spiraal en het eindresultaat is snel zichtbaar. Omdat het eitje klein is, ben je al klaar in een uurtje of minder. Dat maakt het ook een fijn project om bij anderen het haken te leren.

Ken je de magische ring nog niet? Die kun je vervangen door een simpelere start: maak een lusje, haak er 6 steken in en ga verder zoals beschreven. Het resultaat is vrijwel hetzelfde.

Maak je een serie eitjes voor in een mandje of aan de paasboom, dan loont het om meteen meerdere kleuren naast elkaar te haken. Zo heb je snel een vrolijk setje klaar voor Pasen.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *