Ananassteek haken: zo maak je dit sierlijke patroon stap voor stap

Written by

in

De ananassteek haken is een klassieke haaktechniek die een prachtig, reliëfachtig patroon geeft dat lijkt op de schubben van een ananas. Het resultaat is een open, kant-achtige structuur die heel populair is voor sjaals, omslagdoeken, topjes en tassen. De steek is opgebouwd uit een combinatie van stokjes en kettingsteken, waarbij de typische driehoekige of waaierachtige blokjes het kenmerkende ananaspatroon vormen.

Wat is de ananassteek precies?

De ananassteek is geen enkelvoudige steek, maar een steekpatroon dat bestaat uit herhaalde “motieven”. Elk motief heeft de vorm van een omgekeerde driehoek of waaier, opgebouwd uit meerdere stokjes die vanuit één punt worden gehaakt en aan de bovenkant breder uitlopen. Tussen de waaiers zitten kettingringen die de open, kantachtige uitstraling geven.

Het patroon is symmetrisch en herhalend, wat het makkelijk maakt om te onthouden als je het eenmaal in de vingers hebt. De naam komt van de gelijkenis met de schubbenstructuur van een echte ananas. In het Engels heet dit patroon het “pineapple stitch”.

Wat heb je nodig om de ananassteek te haken?

Voor de ananassteek heb je niet veel speciaal materiaal nodig. Dit zijn de basisbenodigdheden:

  • Haaknaald (de maat hangt af van je garen, maar een 3,5 mm tot 5 mm naald werkt goed voor de meeste garens)
  • Garen (katoen of acryl werken allebei prima; katoen geeft een scherper, sierlijker resultaat)
  • Een steekmarkeerder om het begin van je ronde of rij bij te houden

Voor een open, licht patroon kies je garen in een dunne tot middeldikke dikte (garennummer 3 of 4). Wil je een steviger resultaat, kies dan iets dikker garen en een bijpassende naald. Zorg dat de naald soepel door het garen glijdt, want de ananassteek heeft veel lusjes op de naald tegelijk.

De ananassteek haken: stap voor stap

Het patroon begint altijd met een luchtketting die deelbaar is door het aantal steken in één motief, plus eventuele randsteken. Een standaard ananasblokje bestaat vaak uit een reeks van 5 of 7 stokjes die in dezelfde steek worden gehaakt, afgewisseld met kettingsteken en losse steken. Hieronder zie je hoe een basisrij werkt:

  • Stap 1: Haak een luchtketting van het benodigde aantal (afhankelijk van je patroon, bijvoorbeeld een veelvoud van 8 plus 2 randsteken).
  • Stap 2: Sla de draad om en haak in de eerste steek van je ketting 1 stokje. Dit is het startpunt van je eerste waaier.
  • Stap 3: Haak vanuit diezelfde steek nog 4 extra stokjes, zodat je 5 stokjes bij elkaar hebt in één steek. Dit vormt de onderkant van de waaier.
  • Stap 4: Sla een aantal steken over (meestal 3 of 4) en haak een vaste of halfvaste steek om de waaier af te sluiten.
  • Stap 5: Herhaal dit over de hele rij.
  • Stap 6: In de volgende rij haak je bovenop elke waaier opnieuw een waaier, maar dan smaller, waardoor het patroon opbouwt tot de typische ananaspunt.

Het kenmerkende van de ananassteek is dat de waaiers elke rij een steek smaller worden. Begin je met 7 stokjes, dan haak je in de volgende rij 5 stokjes bovenop die waaier, daarna 3, en tot slot 1. Zo ontstaat de puntige driehoeksvorm van elke “ananas”. Daarna begin je opnieuw met de bredere waaier naast de vorige, waardoor het patroon zich herhaalt over de breedte van je werk.

Veelgemaakte fouten bij de ananassteek

Een van de meest voorkomende fouten is het verkeerde aantal steken overslaan tussen twee waaiers. Als je te weinig steken overslaat, worden de waaiers samengedrukt en zie je het patroon niet goed. Sla je er te veel over, dan worden de gaten tussen de waaiers te groot en verlies je de structuur. Tel je steken zorgvuldig, zeker in de eerste rijen.

Een tweede valkuil is te strak haken. De ananassteek heeft ruimte nodig om mooi open te vallen. Haak je te krap, dan trekt het werk samen en zie je de waaiers nauwelijks. Gebruik eventueel een naald die een halve maat groter is dan het garenlabel aangeeft, zodat je wat meer speelruimte hebt.

Tot slot: let op je draadspanning bij het ophalen van de lusjes op je naald. Bij de ananassteek heb je soms 5 of meer lusjes tegelijk op de naald staan. Als je te strak werkt, worden die lusjes moeilijk te bewegen en raken ze verstrengeld.

Waarvoor gebruik je de ananassteek?

De ananassteek is bijzonder veelzijdig. Het open patroon maakt het materiaal licht en luchtig, waardoor het perfect is voor zomerse projecten zoals strandtassen, omslagdoeken, tops en sjaalettes. In dikkere garens en met een grotere naald kun je ook tapijten, manden of opbergbakjes haken met de ananassteek, al ziet het patroon er dan anders uit.

Dankzij de herhalende structuur is het een fijne steek om mee te mediteren: als je eenmaal het ritme te pakken hebt, haak je rij na rij zonder steeds opnieuw na te denken. Dat maakt de ananassteek geliefd bij zowel beginners die net een stap verder willen als bij gevorderde hakers die een decoratief basispatroon zoeken.

Oefen de ananassteek eerst met een restje garen op een proeflapje, zodat je het patroon leert kennen voordat je aan een groter project begint. Als je de bouw van één volledige waaier begrijpt, begrijp je het hele patroon, en dan gaat het snel.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *