Een heel stokje haken is een van de meest gebruikte haaksteken en vormt de basis van tientallen haakpatronen. Bij deze steek haak je twee keer door lussen heen, wat een hogere, luchtigere steek geeft dan een halve vaste of een vaste steek. Zodra je de techniek eenmaal beheerst, kun je er snel mee aan de slag in bijna elk haakpatroon.
Wat is een heel stokje?
Het heel stokje (ook wel gewoon “stokje” of “double crochet” in het Engels) is een haaksteek die ongeveer twee keer zo hoog is als een vaste steek. Daardoor groeit je werk sneller op dan met kortere steken, en het resultaat heeft een open, soepele structuur. Die combinatie maakt het stokje populair voor kleding, dekens, sjaals en tassen.
In Nederlandse haakpatronen zie je het stokje vaak aangeduid als “st.” of voluit als “stokje”. Let op: in Amerikaanse patronen heet deze steek “double crochet” (dc), terwijl de Britse “double crochet” juist overeenkomt met de Nederlandse vaste steek. Controleer altijd welke conventie een patroon gebruikt, anders klopt je steektype niet.
Heel stokje haken: stap voor stap
Hieronder staat de techniek uitgelegd voor rechtshändige haakwerkers. Begin met een luchtketting als basis, of werk in een bestaand haakwerk.
- Stap 1 – Omslaan: Sla het garen één keer om je haken (van achter naar voren). Je hebt nu twee lussen op je haaknaald.
- Stap 2 – Insteken: Steek de haaknaald in de juiste steek van je werk. Bij een beginrij op een luchtketting steek je in de vierde luchting vanaf de naald (die drie overgeslagen luchtingen tellen als het eerste stokje van de rij).
- Stap 3 – Garen doorhalen: Sla het garen om en haal het door de steek. Je hebt nu drie lussen op je naald.
- Stap 4 – Eerste doorhalen: Sla het garen opnieuw om en haal het door de eerste twee lussen. Je hebt nu twee lussen over.
- Stap 5 – Tweede doorhalen: Sla het garen nogmaals om en haal het door de resterende twee lussen. Het stokje is klaar. Je hebt één lus op de naald.
Herhaal deze vijf stappen voor elk volgend stokje in de rij. Aan het einde van een rij maak je drie keersteken (drie luchtsteken) voordat je het werk omdraait. Die drie luchtingen vervangen het eerste stokje van de nieuwe rij.
Veelgemaakte fouten bij het stokje haken
De meest voorkomende fout is vergeten om het garen eerst om te slaan vóór je insteekt. Doe je dat niet, dan maak je een vaste steek in plaats van een stokje. Check bij elke steek of de omslag er al op zit voordat je de naald in het werk prikt.
Een tweede valkuil is te strak of te los werken. Strak haken maakt het moeilijk om de naald in de steek te krijgen; te los haken geeft een luchtig, vormloos resultaat. Oefen met een steekspanning waarbij je de naald makkelijk in elke steek kunt plaatsen, maar het werk toch zijn vorm behoudt. Gebruik hiervoor een haaknaald van de dikte die het garenlabel aangeeft.
Beginners slaan ook weleens de laatste steek van een rij over, omdat die moeilijk zichtbaar is. Tellen helpt: weet hoeveel stokjes er in de rij moeten zitten en tel ze mee terwijl je haakt.
Steekspanning en naaldmaat bij het stokje
De hoogte van een heel stokje hangt af van je steekspanning en de naaldmaat. Bij een gemiddeld katoengaren (Nm 8/4, vaak een 4 mm naald) is een stokje ongeveer 1,5 tot 2 cm hoog. Met dik wol en een 6 of 7 mm naald kan een stokje al snel 2,5 tot 3 cm hoog worden. Dit is waarom het loont om altijd een proeflapje te haken voordat je aan een groot project begint, zeker als het patroon specifieke afmetingen aangeeft.
Waar gebruik je het heel stokje voor?
Het stokje is veelzijdig. Je gebruikt het voor rechte lap-haakwerk zoals dekens en sjaals, maar ook als bouwsteen voor meer complexe patronen zoals waaiersteek, schelpsteek en granny squares. In granny squares vormt een groepje van drie stokjes samen een “shell” die de typische blokjesvorm geeft. Zodra je het enkele stokje zeker beheerst, zijn die varianten een logische volgende stap.
Oefen het heel stokje het beste door een eenvoudige rechte lap te haken met een vast aantal steken per rij, bijvoorbeeld 20 stokjes breed. Na een paar rijen merk je vanzelf of je steekspanning gelijkmatig is en of je de keersteken op de juiste manier meeneemt. Met wat herhaling gaat de techniek snel als vanzelf.

Leave a Reply