Een platte cirkel haken met stokjes is eenvoudiger dan het lijkt. Je begint met een magische ring of een klein aantal luchtsteekjes, en bouwt de cirkel van binnenuit op door in elke ronde het juiste aantal stokjes toe te voegen. Zo blijft de cirkel plat liggen en trekt hij niet op tot een komvorm.
Stokjes zijn ideaal voor een platte cirkel omdat ze langer zijn dan vaste steken. Daardoor kun je in elke ronde makkelijker genoeg steken toevoegen om de omtrek bij te houden. Het resultaat is een egale, strakke cirkel die je kunt gebruiken als onderzetter, tasbodem of decoratie.
De basis: magische ring of beginluchtsteekjes
Je kunt een platte cirkel op twee manieren starten. De eerste manier is de magische ring: je maakt een lus van je draad, haalt een steek door de lus en trekt hem daarna strak. Dit geeft een nette, gesloten cirkel in het midden zonder gaatje. De tweede manier is 4 luchtsteekjes haken en deze sluiten tot een ringetje met een hechting. Beide methodes werken, maar de magische ring geeft een strakker resultaat in het midden.
Platte cirkel haken met stokjes: de steken per ronde
De truc achter een platte cirkel is dat je in elke ronde een vast aantal steken vermeerdert. Voor stokjes werkt het volgende schema:
- Ronde 1: Haak 3 luchtsteekjes (telt als eerste stokje), dan nog 11 stokjes in de ring. Sluit met een hechting. Totaal: 12 stokjes.
- Ronde 2: Haak in elke steek 2 stokjes. Totaal: 24 stokjes.
- Ronde 3: Haak afwisselend 1 stokje en 2 stokjes in één steek. Totaal: 36 stokjes.
- Ronde 4: Haak 2 stokjes normaal, dan 2 stokjes in één steek. Herhaal dit patroon. Totaal: 48 stokjes.
- Ronde 5 en verder: Voeg per ronde 12 stokjes toe door de toenames steeds een positie op te schuiven.
De vuistregel is dus: voeg per ronde 12 stokjes toe. Doe je er minder, dan krult de cirkel omhoog. Doe je er meer, dan gaat hij golven. Telt je steken na elke ronde even, dan ontdek je fouten vroeg genoeg om ze nog recht te zetten.
Hoe je de ronden aangeeft en sluit
Je kunt de ronden op twee manieren werken: in spiraalvorm (zonder te sluiten) of gesloten per ronde met een hechting. Voor een strakke, nette cirkel is gesloten werken het makkelijkst. Aan het begin van elke gesloten ronde haak je 3 luchtsteekjes als vervanging voor het eerste stokje. Aan het einde sluit je de ronde met een hechting door de haak in de derde luchtsteek van het begin te steken.
Werk je in spiraal, dan vermijd je het kleine trapje dat zichtbaar is bij gesloten ronden. Het nadeel is dat je goed moet bijhouden waar de ronde begint en eindigt. Een steekmarkeerder op de eerste steek van elke ronde helpt daarbij.
Van kleur wisselen in je cirkel
Een kleurwissel in een platte cirkel met stokjes doe je het mooist aan het einde van een ronde. Haak de laatste hechting van de ronde met je nieuwe kleur. Laat een staartje van een centimeter of 8 van de oude kleur hangen en werk dat later weg door het in te haken aan de achterkant. Zo krijg je een strakke overgang zonder dat de kleuren door elkaar lopen aan de voorkant.
Wil je meerdere kleuren in één ronde, dan kun je de draad losknippen na het deel dat je met die kleur haakt en de volgende kleur opnieuw aansluiten. Dit geeft meer eindjes om in te werken, maar ook meer vrijheid in je kleurpatroon.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
De meest voorkomende fout is dat de cirkel omhoog kult. Dit betekent bijna altijd dat je te weinig toenames hebt gemaakt. Tel je steken aan het einde van elke ronde, zodat je zeker weet dat het schema klopt. Een tweede valkuil is te strak haken: de steken zitten dan zo dicht op elkaar dat de cirkel niet meer mooi plat wil liggen. Probeer met een grotere haak te werken of ontspan je grip op de draad.
Hak je per ongeluk in het luchtsteekje aan het begin van de ronde in plaats van in het echte stokje, dan telt dat als een extra steek. Dat lijkt klein, maar over meerdere ronden loopt dit op. Wees dus bewust waar je elke ronde eindigt en begint.
Met een beetje oefening haak je een strakke, egale cirkel die plat blijft liggen. Begin met een eenvoudige kleur zodat je de steken goed kunt tellen, en voeg daarna kleuring toe zodra je het basispatroon onder de knie hebt.

Leave a Reply