Haaksteken overzicht: alle steken, symbolen en afkortingen uitgelegd

Written by

in

Een haaksteken overzicht geeft je in één oogopslag alle basissteken, hun afkortingen en de bijbehorende symbolen die je in diagrammen tegenkomt. Of je nu net begint met haken of een patroon probeert te lezen, dit overzicht helpt je snel op weg.

De meest gebruikte haaksteken op een rij

Haakpatronen werken met vaste steken die telkens terugkomen. Hieronder vind je de meest voorkomende haaksteken met hun Nederlandse naam, gangbare afkorting en een korte uitleg van wat de steek inhoudt.

Naam Afkorting Korte uitleg
Luchtsteek ls De basissteek om een beginrij of ketting te maken. Je haalt garen door de lus op je haaknaald.
Halve vaste steek hvs Een korte verbindingssteek. Steek de naald in de steek, haal garen door en trek dat in één beweging door beide lussen.
Vaste steek vs De meest gebruikte haaksteek. Steek in, haal garen door, haal vervolgens garen door de twee lussen op de naald.
Halve stokje hstj Sla het garen één keer om de naald voor het insteken. Na het doorhalen heb je drie lussen; trek het garen dan in één keer door alle drie.
Stokje stj Sla garen één keer om de naald. Na het insteken en doorhalen heb je drie lussen; werk ze in twee stappen af (2 lussen, dan 2 lussen).
Dubbel stokje dstj Sla garen twee keer om de naald. Je werkt de lussen daarna in drie stappen af. Dit geeft een hogere, luchtiger steek.
Driedubbel stokje 3dstj Sla garen drie keer om. Nog hoger dan het dubbele stokje; werkt in vier stappen af.
Picot pic Een klein lusje als decoratieve rand. Meestal gemaakt van 3 luchtsteekjes afgesloten met een halve vaste steek.

Symbolen in haakdiagrammen

Naast afkortingen gebruik je bij diagrammen ook grafische symbolen. Elk symbool stelt één steek voor en is internationaal grotendeels gestandaardiseerd, al kunnen patronen van verschillende ontwerpers licht afwijken. Controleer daarom altijd de legenda van het patroon dat je gebruikt.

  • Luchtsteek (ls): een klein ovaalvormig rondje of een liggende streep.
  • Halve vaste steek (hvs): een klein gevuld rondje of een kort streepje.
  • Vaste steek (vs): een kruisje of een plusteken (+).
  • Halve stokje (hstj): een T-teken met een korte verticale lijn en een streepje erdoor.
  • Stokje (stj): een T-teken met een langere verticale lijn en één streepje.
  • Dubbel stokje (dstj): een langere T-lijn met twee streepjes door de stam.
  • Driedubbel stokje (3dstj): een T-lijn met drie streepjes door de stam.

Het aantal streepjes door de stam van een stokjesymibool vertelt je dus direct hoe vaak je het garen om de naald slaat voor het insteken. Dat maakt diagrammen lezen een stuk eenvoudiger zodra je dit patroon herkent.

Engelse afkortingen in haakpatronen

Veel patronen online zijn in het Engels geschreven. Dan kom je andere afkortingen tegen. Dit zijn de Engelse equivalenten van de Nederlandse steken:

Nederlandse steek Engelse naam Engelse afkorting
Luchtsteek Chain stitch ch
Halve vaste steek Slip stitch sl st
Vaste steek Single crochet sc
Halve stokje Half double crochet hdc
Stokje Double crochet dc
Dubbel stokje Treble crochet tr
Driedubbel stokje Double treble crochet dtr

Let op: in Britse en Amerikaanse patronen betekent “double crochet” iets anders. In Amerikaanse patronen is “double crochet” gelijk aan het Nederlandse stokje. In Britse patronen is “double crochet” gelijk aan de vaste steek. Kijk dus altijd even of een patroon Brits of Amerikaans Engels gebruikt.

Combinatie-steken en speciale haaksteken

Naast de basissteken zijn er gecombineerde steken die je in veel patronen tegenkomt. Ze bestaan uit meerdere basissteken die samen één effect vormen.

  • Magic ring (tovercirkel): een verstelbare beginlus voor rond werk, zodat er geen gat overblijft in het midden.
  • Bobble stitch: een cluster van gedeeltelijk afgewerkte stokjes die samen in één steek worden afgesloten, wat een bolvormige knop geeft.
  • Shell stitch: meerdere stokjes in dezelfde steek, wat een waaier- of schelpvorm geeft.
  • Pop corn stitch: vergelijkbaar met de bobble, maar de stokjes worden volledig afgewerkt en vervolgens samengevouwen.
  • Afnemen (afn): twee of meer steken samenvoegen om minder steken te krijgen, bijvoorbeeld bij het vormen van een amigurumi-figuur.
  • Vermeerderen (verm): meerdere steken in dezelfde steek haken om het aantal te laten groeien.

Hoe je een haakpatroon leest met dit overzicht

Een patroon geeft instructies in een vaste volgorde. Een rij kan er zo uitzien: “3 ls, 1 stj in 2e ls van naald, *2 stj, 1 afn*, herhaal van * tot *”. Met het overzicht van steken en afkortingen vertaal je elke instructie direct naar een concrete handeling.

Diagrammen werken anders: daarin lees je de symbolen van beneden naar boven en van rechts naar links (voor heen-en-terugwerk), of in spiraalvorm voor rondwerk. Als je weet welk symbool bij welke steek hoort, kun je een diagram lezen zonder de tekst van het patroon te ho

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *