Magische ring haken: zo doe je het stap voor stap

Written by

in

Een magische ring haken is de beste manier om rondes te beginnen zonder een lelijk gat in het midden. In plaats van een vaste beginlus maak je een verstelbare ring die je na de eerste ronde strak kunt aantrekken. Het resultaat is een strak, gesloten middenpunt. Dit is precies waarom haakwerkers deze techniek gebruiken als basis voor schijfjes, bloemen, bekers en amigurumi.

De magische ring wordt ook wel magische lus of verstelbare ring genoemd. Het principe is simpel: je wikkelt het garen om je vingers, haakt je steken in de ring, en trekt daarna de draad aan om het gat te sluiten. Klinkt makkelijk, en dat is het ook zodra je het een paar keer hebt geoefend.

Wat heb je nodig?

Je hebt niet veel nodig om een magische ring te haken:

  • Een bolletje garen (dik garen is makkelijker voor beginners)
  • Een haaknaald die past bij het garennummer (staat op het etiket)
  • Je handen

Kies voor je eerste poging een stevig, gladrondgedraaid garen in een duidelijke kleur. Pluizig of rekbaar garen is lastiger om te zien wat je doet. Een haaknaald van 4 tot 5 mm is een fijne maat om mee te beginnen als je een gemiddeld garen gebruikt.

Magische ring haken: de stap voor stap uitleg

Hieronder vind je de methode die de meeste haaksters gebruiken. Oefen hem een paar keer op een stukje restgaren voordat je aan een echt project begint.

Stap 1: maak de ring. Leg het uiteinde van het garen over je wijsvinger en middelvinger. Wikkel de draad (die loopt naar de bol) één keer om je vingers heen, van voren naar achteren. Je hebt nu een losse ring om je vingers liggen.

Stap 2: kruisje maken. Steek de haaknaald van voren door de ring, pak de draad die van de bol komt en haal die door de ring. Je hebt nu één lus op je naald. Dit is de beginlus, die telt niet als steek.

Stap 3: eerste vaste of losse steek. De meeste patronen vragen om vaste steken of stokjes in de eerste ronde. Haak in de ring: steek de naald door de ring, pak de draad en haal hem door, pak de draad opnieuw en haal hem door de twee lussen op je naald. Je hebt nu één vaste steek gemaakt. Herhaal dit voor het gevraagde aantal steken.

Stap 4: ring sluiten. Als je alle steken van ronde één hebt gemaakt, pak je het losse uiteinde van het garen en trek je dit voorzichtig aan. Je ziet de ring kleiner worden. Trek goed aan totdat het gat helemaal dicht is.

Stap 5: ronde sluiten. Sluit de ronde met een hechting: steek de naald in de eerste steek van de ronde, pak de draad en haal door. Nu kun je verder haken volgens je patroon.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze vermijdt

De ring valt uit elkaar bij het aantrekken. Dit gebeurt als de beginlus te los zit of als je de steken niet goed door de ring hebt gewerkt. Zorg dat elke steek echt door de ring gaat, niet eromheen.

Het gat sluit niet helemaal. Dat komt doordat je niet aan de goede draad trekt. Trek altijd aan het losse uiteinde (de staart), niet aan de werkdraad die naar de bol loopt. Je kunt ook eerst de ene lus aanspannen en daarna de andere, als je ring dubbelgelaagd is gemaakt.

De ring draait of beweegt tijdens het haken. Houd de ring goed vast tussen duim en middelvinger terwijl je met de naald werkt. Loslaten is de meest voorkomende oorzaak van gedraaid werk.

Wanneer gebruik je de magische ring?

Elk patroon dat in het rond gehaakt wordt, begint bijna altijd met een magische ring. Denk aan de bodem van een gehaakte mand, het gezicht van een amigurumi-popje, een gehaakte bloem of een schijfje voor een onderzetter. Elk patroon dat vraagt om “begin met een verstelbare ring” of “MR” bedoelt dit. Bij patronen voor platte vierkanten of rechthoeken begin je juist met een gewone beginlus en een losse steek; daar heb je de magische ring niet voor nodig.

Tips om het te onthouden

De eerste keer voelt de magische ring wat onhandig aan, omdat je de ring op je vingers moet houden terwijl je haakt. Dat went snel. Een handige truc: houd de ring eerst klein en span hem licht aan voordat je de steken maakt. Dan schuift hij minder. Haak je een patroon met veel steken in de eerste ronde, twintig of meer, dan is het makkelijker om de ring te sluiten voordat hij te vol zit.

Oefen de magische ring los van een project, gewoon om de beweging te leren. Na drie of vier pogingen gaat het vanzelf. Eenmaal in je vingers zit, wil je geen ander begin meer voor je rondhaakrecepten.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *