Picot haken: zo maak je deze sierlijke lussen stap voor stap

Written by

in

Een picot is een klein lusje dat je haakt om een rand af te werken of te versieren. Bij picot haken maak je een of meerdere losse steken, sluit je die af met een halve vaste en creëer je zo een fijn, puntje uitstekend bolletje. Het resultaat is een kantachtige afwerking die kant-en-klaar werkstukken meteen een verfijnde uitstraling geeft.

Picots worden vaak gebruikt langs de rand van sjaals, baby-mutsjes, tafellopers of amigurumi. Je kunt ze ook gebruiken als verbindingselement tussen losse motieven, zoals bij Iers kant. Ze zijn eenvoudiger dan ze eruitzien, en zelfs als beginnende haakster lukt het snel.

Wat heb je nodig voor picot haken?

Je hebt geen speciaal gereedschap nodig. Alles wat je normaal gebruikt bij haken is voldoende:

  • Een haaknaald die past bij jouw garen (staat vermeld op het garenlabel)
  • Garen naar keuze, dun garen geeft een fijnere picot, dikker garen een robuustere
  • Een werkstuk waarop je de picot aanbrengt, of je begint een nieuwe rand

Dun katoen of haakgaren is traditioneel het populairst voor picots, omdat de lussen dan scherp en duidelijk afgetekend staan. Met acryl of wol worden de picots iets zachter en ronder van vorm.

Stap voor stap: picot haken

De meest gebruikte picot bestaat uit drie luchtsteekjes. Dit is hoe je dat doet:

  • Stap 1. Zit je op de plek waar je de picot wilt plaatsen? Haak dan 3 luchtsteken (of 4 voor een grotere picot).
  • Stap 2. Steek de naald in de eerste van die 3 luchtsteken, dus in de steek direct naast je werksteek.
  • Stap 3. Haal het garen door beide lussen op de naald tegelijk. Dit is een halve vaste steek.
  • Stap 4. De picot is klaar. Je ziet nu een klein bolletje of lusje staan.

Herhaal dit patroon op vaste tussenafstanden langs de rand. Gebruikelijk is om tussen elke picot 2 of 3 vaste steken te haken, zodat de lusjes gelijkmatig verspreid zitten en de rand niet gaat rimpelen of bobbelen.

Variaties op de picot

De standaard picot van 3 luchtsteken is slechts het beginpunt. Wie meer variatie wil, kan experimenteren met:

  • Kleine picot (2 luchtsteken): subtiel en geschikt voor fijn garen of babykleding
  • Grote picot (4 of 5 luchtsteken): opvallender, voor decoratieve randen op tafellopers of sjaals
  • Sluit-picot: wordt gebruikt om twee losse haakwerkjes aan elkaar te verbinden, bijvoorbeeld bij Iers kant of Bruges kant
  • Boog-picot: je maakt eerst een boogje van luchtsteken, voegt halverwege een picot in en sluit de boog daarna af

Door te spelen met het aantal luchtsteken en de afstand tussen de picots verander je het karakter van de rand volledig. Drie picots dicht op elkaar geeft een andere sfeer dan losse picots met brede tussenruimte.

Veelgemaakte fouten bij picot haken

Een rand die gaat trekken of bobbelen is de meest voorkomende fout. Dat komt meestal doordat de picots te dicht op elkaar zitten of doordat je de basisrand te strak haakt. Houd je spanning consistent en gebruik iets meer ruimte tussen de picots als de rand omhoog krult.

Een andere valkuil is het terugsteken in de verkeerde luchtsteek. Je steekt altijd in de eerste lucht van je serie terug, niet in de laatste. Zet je naald er bewust in voordat je doorhaalt, want als je haast maakt, glipt de steek snel door naar de verkeerde plek.

Ten slotte: als je picots er niet allemaal even groot uitzien, ligt dat bijna altijd aan de spankracht. Probeer bewust elke luchtsteek met dezelfde druk te haken. Met een paar centimeter oefenrand voel je al snel aan hoe stevig je het garen moet vasthouden.

Picot haken is een kleine techniek met een groot effect. Wanneer je de basispicot eenmaal onder de knie hebt, kun je hem toepassen op vrijwel elk haakwerkje en direct een professionele uitstraling geven aan je afwerkingen.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *