Tunisch haken is een hakeltechniek waarbij je met een speciale lange haaknaald werkt en aan het einde van elke toer meerdere steken tegelijk op de naald houdt. Het resultaat is een dicht, stevig weefsel met een opvallende textuur die lijkt op een mix tussen haken en breien. Omdat je werkt met een langere naald en een andere basisbeweging dan bij gewoon haken, vraagt het even wennen, maar de techniek is goed te leren als beginner.
Wat is tunisch haken precies?
Bij gewoon haken werk je elke steek meteen af en houd je normaal gesproken maar één lus op je naald. Bij tunisch haken doe je dat anders: je pakt in de eerste helft van elke toer meerdere lussen op (de heentoer), zodat ze allemaal tegelijk op je naald staan. Daarna werk je in de terugtoer al die lussen stap voor stap af. Elke toer bestaat dus altijd uit twee bewegingen: heen en terug.
Het eindresultaat heeft een platte, rechthoekige opbouw met een duidelijk patroon van verticale en horizontale draden. Dit maakt tunisch haken populair voor dekens, sjaals, kussens en kleding. De stof rolt aan de zijkanten iets op als je hem niet afblokkeert, wat een bekende eigenschap is van deze techniek.
Welk materiaal heb je nodig?
De belangrijkste aanschaf is een tunische haaknaald. Die is aanzienlijk langer dan een gewone haaknaald, zodat alle lussen van een rij erop passen. Je kiest de naaldmaat op basis van het garen dat je gebruikt, net zoals bij gewoon haken. Werk je met een dikker garen van bijvoorbeeld 6 mm, dan gebruik je een tunische naald van 6 mm of iets dikker, omdat tunisch haken de neiging heeft om strakker uit te komen.
Voor brede projecten zoals een deken bestaat er ook een tunische naald met een kabeltje eraan. Het kabeltje vangt de extra lussen op zodat ze er niet af glijden. Voor smallere projecten, denk aan een sjaal van 30 cm breed, is een gewone tunische naald zonder kabel prima.
Voor het garen gelden geen speciale regels. Begin als beginner bij voorkeur met een gladde, lichte kleur wol of katoen, zodat je de steken goed kunt zien. Donker of donzig garen maakt het moeilijker om fouten te spotten.
De basissteek stap voor stap
De meest gebruikte beginsteek is de tunische basissteek (ook wel tunische eenvoudige steek genoemd). Hier volgt hoe het werkt:
- Maak een luchtsteekketting van het gewenste aantal steken.
- Steek de naald in de tweede luchtsteek vanaf de naald, pak de draad en haal hem door: je hebt nu twee lussen op je naald.
- Herhaal dit in elke volgende luchtsteek tot het einde van de rij. Alle lussen blijven op de naald staan.
- Dit is het einde van de heentoer. Je naald staat nu vol lussen.
- Begin de terugtoer: werk een lus af (de eerste lus staat los), haal de draad door twee lussen tegelijk, herhaal tot er nog één lus over is.
- Die ene lus is het begin van je volgende heentoer.
In de volgende rijen steek je de naald niet in de luchtsteken, maar in de verticale draden die door de vorige toer zijn ontstaan. Dat zijn de kenmerkende verticale balkjes die je in tunisch haakwerk ziet.
Veelgemaakte fouten bij tunisch haken
De meest voorkomende fout is dat het werk steeds smaller wordt. Dit gebeurt doordat je de eerste of laatste steek van een rij mist. Tel aan het einde van elke heentoer je lussen op de naald, zodat je zeker weet dat je er evenveel hebt als aan het begin.
Een tweede valkuil is te strak haken. Tunisch haakwerk wordt van nature al vrij dicht, dus als je ook nog eens strak werkt, wordt het haast onmogelijk om de naald door de steken te steken. Houd de draad losser dan je gewend bent, of gebruik een naald die een halve maat groter is.
Tot slot krul het werk vaak op als je er niets aan doet. Dit is normaal. Blokkeert het eindproduct door het nat te maken en vlak te laten drogen, dan trekt het recht. Voor projecten als kussenovertrekken of kleding is dat een standaard stap.
Variaties als je de basis beheerst
Zodra je de tunische basissteek comfortabel vindt, zijn er veel variaties om te ontdekken. De tunische smocasteek geeft een diagonaal patroon, terwijl de tunische kantsteek een open, luchtig weefsel oplevert dat meer op kant lijkt. Met twee kleuren garen kun je de Entrelac-techniek proberen, waarbij blokjes in tegengestelde richtingen worden gehaakt voor een lapjesdeken-effect.
Er zijn ook combinatietechnieken waarbij tunisch haken en gewone haakmotieven worden gecombineerd in één project. Dat opent de deur naar complexere patronen zoals omslagdoeken met een tunisch midden en gehaakt randje.
Tunisch haken vraagt om iets meer geduld dan gewoon haken, maar geeft een heel eigen soort haakwerk terug. Begin met een kleine proefspanning van een paar centimeter om te checken of je naaldmaat klopt, en bouw van daaruit rustig op naar je eerste echte project.

Leave a Reply