Kindervestje haken maat 116: zo doe je het stap voor stap

Written by

in

Een kindervestje haken in maat 116 is heel goed te doen, ook als je nog niet zo lang haakt. Je begint met een rechthoekig voor- en achterpand, voegt de mouwen toe en eindigt met een nette afwerking langs de randjes. Maat 116 past bij kinderen van ongeveer 6 jaar en heeft een borstomtrek van rond de 60 centimeter.

Wat heb je nodig?

Voordat je begint, zorg je dat je het juiste materiaal bij de hand hebt. De benodigdheden hangen af van je patroon, maar voor maat 116 kom je over het algemeen goed uit met het volgende:

  • Ongeveer 200 tot 300 gram garen, afhankelijk van de dikte
  • Een haaknaald die past bij het garen, vaak maat 4 of 4,5
  • Schaar en naald voor het inwerken van de draden
  • Meetlint om tussentijds de maat te controleren
  • Eventueel knopen of een rits voor de sluiting

Kies je voor een stevig katoen, dan is het vestje mooi voor de lente of de zomer. Wil je een warmer vestje voor herfst of winter, dan is acryl of een wol-mix een goede keuze. Let bij acryl op dat het wasbaar is op minimaal 40 graden, praktisch voor kinderskleding.

Kindervestje haken maat 116: het voor- en achterpand

Bij de meeste patronen voor maat 116 begin je met het achterpand. Je haakt een beginketting van ongeveer 60 lossen, wat overeenkomt met de halve breedte van het pand inclusief naadtoeslag. Exacte aantallen lossen verschillen per steeksoort en garen, dus haak altijd eerst een proeflapje van 10 x 10 centimeter om je steekdichtheid te checken.

Een beproefd en populair patroon voor maat 116/122 gebruikt uitsluitend vaste steken. Je haakt dan rijen vaste steken tot het pand de gewenste lengte heeft. Voor maat 116 is de totale ruglengte van het vestje ongeveer 35 tot 40 centimeter, afhankelijk van het model. Controleer dit regelmatig met je meetlint.

Het voorpand bestaat uit twee losse helften, zodat het vestje open kan aan de voorkant. Elke helft heeft dus ongeveer de halve breedte van het achterpand. Haak beide helften op dezelfde manier als het achterpand, maar stop eerder als je de halsopening wilt vormen. Voor de halsopening haak je de laatste rijen smaller door aan de binnenkant elke rij een of twee steken te minderen.

De mouwen haken en aanzetten

De mouwen haak je apart. Begin onderaan de mouw met een smaller aantal lossen en meer steken elke paar rijen toe om de mouwwijdte te vergroten richting het schouderstuk. Voor maat 116 is de mouwlengte inclusief manchet meestal zo’n 28 tot 32 centimeter voor een lange mouw.

Naai of haak de schoudernaad dicht door het voor- en achterpand aan de bovenkant aan elkaar te verbinden. Daarna zet je de mouw in de armsgat. Haak of naai de zijnaad en de mouwnaad dicht. Werk alle draadeinden zorgvuldig in aan de binnenkant.

Afwerking: rand en sluitingen

Een nette afwerking maakt het verschil. Haak langs alle randen (de voorsluiting, de hals en de manchetten) een rij vaste steken of krabbensteek. Die laatste geeft een stevig, strak randje dat niet oprolt. Wil je knopen toevoegen? Haak dan aan de ene voorkant lusjes (luchtsteken overslaan) als knoopsgaten, en naai de knopen aan de andere voorkant vast.

Controleer na de afwerking of de maten kloppen door het vestje vlak neer te leggen en te meten. Klopt de breedte niet helemaal? Dat los je de volgende keer op door je proeflapje nauwkeuriger te maken of de haakspanning aan te passen.

Een kindervestje in maat 116 haken kost je afhankelijk van je tempo en de complexiteit van het patroon een paar avonden tot een weekeinde. Het resultaat is een persoonlijk, zelfgemaakt kledingstuk dat precies past bij het kind waarvoor je het maakt.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *