Kersthuisjes haken: zo ga je aan de slag met patronen en materiaal

Written by

in

Kersthuisjes haken is een populaire haakactiviteit waarbij je kleine, sfeervolle miniatuurhuisjes maakt van garen en een haaknaald. De huisjes zijn perfect als kerstdecoratie, als cadeau of als onderdeel van een kerstdorp op de vensterbank. Je kunt ze haken als beginner, maar er zijn ook patronen met genoeg uitdaging voor gevorderde haaksters en haaksters.

Het mooie aan gehaakt kersthuis is dat je materiaal goedkoop en makkelijk verkrijgbaar is, de projectjes relatief klein zijn en je ze in een paar avonden afhebt. Toch zitten er genoeg keuzes in die het resultaat echt bepalen, zoals welk garen je kiest, welk patroon je pakt en hoe je de huisjes afwerkt.

Wat heb je nodig om kersthuisjes te haken?

Voor het haken van kersthuisjes gebruik je bij voorkeur katoen- of acrylgaren in dikte 3 of 4 (sportweight of worsted). Katoengaren geeft een strakker en steviger resultaat, wat handig is omdat de huisjes hun vorm moeten houden. Acrylgaren is goedkoper en beschikbaar in veel kerstkleuren zoals rood, groen, crème en bordeaux.

De haaknaaldmaat hangt af van je garenkeuze, maar voor de meest gebruikte garens werk je met een naald van 2,5 tot 4 mm. Gebruik je een naald die iets kleiner is dan wat het garen aangeeft, dan worden de steken dichter op elkaar en houdt het huisje beter zijn vorm.

Verder heb je nodig:

  • Vulwatten of polyestervulling om de huisjes te vullen
  • Een stomp naaitapijtnaaldje voor het wegwerken van draadeinden
  • Eventueel stijfsel of stikselverstijver om de vorm te fixeren
  • Kleine decoraties zoals knopen, kraaltjes of borduurgarentjes voor details

Kersthuisjes haken: welke patronen zijn er?

Er zijn grofweg twee soorten patronen: losse gratis patronen die je online vindt, en complete boeken of bundels met meerdere ontwerpen. Een voorbeeld van zo’n boek is “Kersthuisjes haken” van Mr. Cey, besproken op de Nederlandse haaksite Gek op Haken in september 2024. Dat boek bevat twintig patronen verdeeld over vijf chalets, vier cottages, vijf soorten bomen, een treinlocomotief en bijbehorende wagons. Zo’n bundel geeft je een compleet kerstdorp zonder dat je zelf patronen van verschillende plekken bij elkaar hoeft te zoeken.

Gratis patronen vind je op platformen zoals Ravelry, Pinterest en Etsy (sommige gratis, sommige betaald). Zoek op termen als “crochet Christmas house”, “haakpatroon kersthuisje” of “amigurumi house” voor een breed aanbod. Kijk bij gratis patronen altijd of de moeilijkheidsgraad vermeld staat, zodat je niet halverwege vastloopt.

De meeste kersthuisjespatronen werken in ronden (zoals amigurumi), maar er zijn ook varianten waarbij je losse vlakken haakt en die daarna aan elkaar naait. De rondenmethode is sneller; de vlakkenmethode geeft soms een nettere hoekige vorm.

Technieken die je gebruikt bij kersthuisjes haken

De basissteken die je nodig hebt zijn de vaste steek, de halve stokjes en de gewone stokjes. Daken en decoratieve details vragen soms om speciale technieken zoals de bobbelsteek (voor een stoeptegeltjeseffect op het dak) of de reliëfsteek voor baksteenmotieven op de muren.

Werken met meerdere kleuren is bij kersthuisjes bijna onvermijdelijk. De meeste patronen laten je van kleur wisselen per ronde of per deel. Dat is eenvoudiger dan fairisle of tapestry crochet, waarbij je meerdere kleuren in één ronde door elkaar werkt. Begin je voor het eerst met kleurwisselen, kies dan een patroon waarbij je per ronde slechts één kleur gebruikt.

Verstijven is een stap die veel haaksters overslaan, maar die het verschil maakt. Meng wat textielverstijver met water (verhouding 1 op 1), dompel het huisje erin, pers het uit en laat het opdrogen in de goede vorm. Het resultaat staat dan stijf rechtop in plaats van een beetje scheef te zakken.

Tips voor een mooi eindresultaat

Gebruik voor de muren een ander garen dan voor het dak. Daarmee maak je het contrast duidelijk en ziet het huisje er afgewerkt uit. Klassieke combinaties zijn crème muren met een rood dak, of wit met groen.

Werk je draadeinden altijd netjes weg aan de binnenkant van het huisje voordat je het vult. Als het huisje eenmaal gevuld en dicht is, kun je er niet meer bij. Gebruik ook niet te veel vulling: een strak gevuld huisje verliest zijn mooie rechthoekige vorm en bobbelt uit.

Wil je de vensters en deuren extra aanzetten, gebruik dan een klein stukje vilt of borduurgaren om die details erop te naaien of te borduren. Dat doet meer dan een gehaakte detail alleen, omdat vilt een vlakke, opvallende kleurvlak geeft.

Kersthuisjes haken vraagt geen jarenlange haakervaring. Met de juiste basissteken, een goed patroon en wat aandacht voor de afwerking, maak je huisjes die er verzorgd en feestelijk uitzien. Begin met een eenvoudig rechthoekig model, bouw daarna op naar een chalet of treinlocomotief, en je hebt al snel een volledig kerstdorp op de plank staan.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *