Reliëfstokje haken voor en achter: zo doe je het stap voor stap

Written by

in

Een reliëfstokje haken voor en achter is een techniek waarbij je je haaknaald niet door de gewone lussen steekt, maar rondom de steel van een stokje uit de vorige toer. Dat geeft een duidelijk zichtbaar ribbel- of reliëfeffect in je werk. Het verschil tussen “voor” en “achter” bepaalt aan welke kant de bult verschijnt.

Deze steek komt veel voor in manchetten, mutsen, mandala’s en andere projecten waar je structuur en textuur wilt toevoegen. Met een beetje oefening is het een van de makkelijkst te leren reliëftechnieken in het haken.

Het verschil tussen reliëfstokje voor en reliëfstokje achter

Bij een gewoon stokje steek je de haaknaald door een lus. Bij een reliëfstokje ga je juist rondom de steel van een stokje van de vorige toer. Dat is het basisidee.

Bij het reliëfstokje voor steek je de haaknaald van vóór naar achter, rondom de steel van het stokje. De bult die ontstaat, komt naar voren, richting jou. Dit heet ook wel een “uitliggend” reliëfstokje.

Bij het reliëfstokje achter doe je precies het omgekeerde: je steekt de naald van achter naar voren, rondom de steel van hetzelfde stokje. De bult valt nu naar de achterkant van je werk. Dit heet ook wel een “inliggend” reliëfstokje.

Gebruik je beide afwisselend in dezelfde toer, dan krijg je het klassieke ribbelmotief. Staan de voor-stokjes boven de voor-stokjes van de vorige toer, dan heb je een verticaal rib. Dat is hoe een ribbelsteek (zoals bij een ribbelsjaal of een manchet) werkt.

Stap voor stap: reliëfstokje voor haken

Begin met een basis van gewone stokjes (minstens 1 toer). Zet daarna je ophaalsteek zoals gebruikelijk voor een stokje.

  • Sla de draad om je haaknaald (omslaan).
  • Steek de haaknaald van vóór naar achter, rechts van de steel van het stokje dat je wilt omhaken.
  • Ga achter de steel langs en kom weer tevoorschijn aan de linkerkant van diezelfde steel, ook aan de voorkant.
  • Sla de draad om en trek een lus door (je hebt nu 3 lussen op de naald).
  • Werk het stokje af zoals gewoon: 2 keer omslaan en doorhalen tot er 1 lus overblijft.

De bult ligt nu aan de voorkant. Dat is je reliëfstokje voor.

Stap voor stap: reliëfstokje achter haken

De beweging is het spiegelbeeld van het reliëfstokje voor.

  • Sla de draad om je haaknaald (omslaan).
  • Steek de haaknaald van achter naar voren, rechts van de steel van het stokje.
  • Ga voor de steel langs en steek de naald van voren naar achter aan de linkerkant van die steel.
  • Sla de draad om en trek een lus door (3 lussen op de naald).
  • Werk af zoals een gewoon stokje.

De bult ligt nu aan de achterkant van je werk. Omdat je werkt met een recht (plat) lapje of in de ronde, bepaalt dit welke kant “mooi” is.

Veelgemaakte fouten bij het reliëfstokje voor en achter

De meest voorkomende fout is dat je toch door een lus prikt in plaats van rondom de steel. Controleer altijd of je naald écht om de steel heen gaat, niet erdoorheen. Het helpt om je vorige toer iets losser te haken, zodat er genoeg ruimte is voor de naald.

Een andere valkuil is vergeten op te halen. Je begint een reliëfstokje net als een gewoon stokje, dus: eerst omslaan, dan instoken. Doe je dat niet, dan krijg je een halve stokje of een onjuist aantal lussen.

Let ook op de hoogte. Een reliëfstokje is even hoog als een gewoon stokje, maar de steel die je omhaakt zit in de vorige toer. Zorg dat je ophaalsteek aan het begin van de toer klopt met de hoogte van je stokjes, anders trekt het werk samen.

Wanneer gebruik je welke variant?

Als je in de ronde haakt (zoals bij een muts of manchet), werk je bijna altijd afwisselend reliëfstokje voor en achter. Zo krijg je aan de buitenkant een mooi ribbelpatroon. Bij plat haken (heen en terug) keer je het aan het einde van elke toer om, wat betekent dat een reliëfstokje voor in de ene richting automatisch een reliëfstokje achter wordt in de terugtoer, als je het boven hetzelfde stokje haakt.

In mandala’s en bloemmotieven worden reliëfstokjes vaak losser ingezet om een 3D-effect te maken, bijvoorbeeld als bloemblaadje dat omhoog of omlaag wijst. Daar kies je bewust voor vóór of achter, afhankelijk van welke kant het motief moet uitsteken.

Oefen beide varianten eerst apart op een klein lapje van zo’n 15 stokjes breed. Als je het verschil voelt in de beweging van je naald, gaat het combineren vanzelf. Het reliëfstokje voor en achter haken vraagt even gewenning, maar na een paar rijen zit het in je vingers.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *